De geschiedenis van de het bekendste casinospel ooit

De gokautomaat, fruitautomaat of ‘slot machine’ is een simpel doch krachtige uitvinding. Of het nu online of op het land is, je hebt letterlijk de keuze uit duizenden verschillende varianten. En dat is niet zomaar: gokautomaten staan al jaren bovenaan de lijst met casinospellen. Waar zijn deze apparaten vandaan gekomen en hoe zijn ze in casino’s terecht gekomen? Dat lees je allemaal in dit artikel.

De pionier: 1891

Het ontstaan van gokautomaten kan terug worden gebracht naar het eind van de 19e eeuw. De eerste automaat werd ontwikkeld door het Amerikaanse bedrijf Sittman and Pitt, in New York welteverstaan. Het spel had vijf rijen met in totaal van vijftig speelkaarten. Deze eerste variant gokautomaat kon je al snel in vele bars vinden en spelen kostte je 5 cent. Spelers moesten geld inwerpen en de hefboom naar beneden drukken om te spelen. Je kon winnen als je dezelfde combinaties als in het pokerspel kon maken bij stilstand. Om het voordeel ‘aan huis’ te houden werden er twee kaarten uit het dek verwijderd, namelijk de schoppen 10 en de hartenboer. Dit reduceerde de kans op een Royal Flash met de helft. De machine van Sittman and Pitt had nog geen uitbetalingsmechanisme, dus je winst kon je incasseren bij de bar. Dit waren nog geen geldprijzen maar bijvoorbeeld gratis drankjes of sigaren.

Het ontstaan van de moderne gokautomaat

Maar hoe is dit apparaat dan veranderd in de huidige variant gokautomaat? Dat antwoord is te vinden bij één man: Charles Augustus Fey is de man die de eerste moderne gokautomaat zou hebben uitgevonden. Een precieze datum is er niet, maar het zou in de periode 1887 – 1895 zijn geweest. Fey maakte een apparaat die automaat die automatische uitbetalingen kon doen en dat was meteen de reden waarom het winnen een stukje moeilijker werd gemaakt. Dit doel werd bereikt door het vervangen van de vijf rollen naar drie. Ook werden de speelkaarten aangepast naar vijf symbolen: harten, ruiten, schoppen, een hoefijzer en een klok (de ‘liberty bell’). De hoogste winst ging naar de drie bellen naast elkaar, naar aanleiding waarvan de machine ook de naam Liberty Bell kreeg. De gokautomaat werd al snel ontzettend populair en aangezien Fey nooit patent op zijn uitvinding had aangevraagd werd zijn ontwerp door velen nagemaakt.

In de ban van de fruitmachines

Ondanks een ban op gokautomaten na een wetswijziging in 1902, bleef de Liberty Bell in productie gaan. Prijzen in contanten konden niet meer worden uitgekeerd en aldus brak het tijdperk van de fruitmachine aan. Deze machines gebruikten enkel fruitsymbolen en de prijzen waren zaken als kauwgom of een snoepje in bijbehorende smaak. In 1907 maakte fabrikant met de naam Herbert Mills een gokautomaat genaamd ‘Operator Bell’. Deze machine werd al snel in de meeste tabakszaken, bowlings, winkels en bars geïnstalleerd. Het ‘BAR’ symbool werd met deze machine geïntroduceerd en is nooit meer weggegaan. In de hierop volgende jaren bleven gokautomaten enkel mechanisch. Om een spel te starten moest je de hendel naar beneden duwen waarna de rollen gingen draaien. Door de hefboom te bewegen werd een springveer uitgerekt die langzaam de rollen tot stilstand liet komen. Deze manuele aanpak gaf de speler het idee dat hij controle had over het spel en de uitkomst. Dit is een van de redenen waarom het spel zo snel populair werd. Iedereen wilde zijn geluk beproeven bij de automaat, die ondanks het vertrouwen van de mensheid puur op kans bleef werken. Door het gebruik van de hefboom kreeg de gokautomaat de bijnaam ‘eenarmige bandiet’. Ondanks dit is de gokautomaat in elk casino mateloos populair.